Hoe burgers de drinkwaterfluoridering stopten

Gepubliceerd op 15 februari 2022

Ons drinkwater bevat van nature kleine hoeveelheden fluoride. Halverwege vorige eeuw voegden gemeenten extra fluoride in het drinkwater toe voor tandheelkundige doeleinden. Opstandige burgers wisten deze maatregel een halt toe te roepen. 

Het is eind jaren 60. Tandarts Cappieri hangt aan de telefoon met zijn assistente. “Kan een van de dames langskomen met een aantal mondkaarten van 12-jarigen schoolverlaters?”, vraagt hij op een deftige, oud-Hollandse toon. Even later laat Cappieri een paar afbeeldingen van gebitten van jonge patiënten zien. Hij begint te tellen. “1,2,3 … 16, 17, 18 aangetaste elementen.” Op de volgende kaart van een andere tiener zijn de kiezen ingekleurd – ze blijken allemaal getrokken te zijn. “Het geeft je een gevoel van hopeloosheid”, zegt hij vol onbegrip.

Andere Tijden

Het is een scène uit ‘Het volmaakte gebit’, een aflevering van Andere Tijden. Na de Tweede Wereldoorlog vliegt het aantal cariës (gaatjes) in de Nederlandse gebitten de pan uit. Vaak door geldgebrek poetsen Nederlanders hun tanden slecht of niet. Alleen de rijken kunnen een tandarts veroorloven. Bovendien ga je alleen naar de tandarts als je pijn hebt of om een kies te laten trekken. Van een tweejaarlijkse controle had nog niemand gehoord. En dus grijpen veel gemeenten in: om de gebitten te beschermen voegen ze fluoride toe aan het drinkwater. 

Dat fluoride goed zou zijn voor onze tanden kwam begin vorige eeuw overwaaien uit de Verenigde Staten. In 1901 startte tandarts McKay een onderzoek naar de stof. Hij stelde vast dat in gebieden waar van nature veel fluoride in het drinkwater zat patiënten minder gevoelig waren voor tandbederf en tanden sterker waren. Daarom verzocht in 1947 de minister van Volksgezondheid de Gezondheidsraad te adviseren over drinkwaterfluoridering. In navolging van enkele Amerikaanse steden, vloeide hier in 1953 een groot fluoride-onderzoek uit voort – ook wel bekend als het Tiel-Culemborg-project

Kindergebitten

Aan het drinkwater van Tiel werd – zonder dat de bevolking daarvan op de hoogte werd gesteld – fluoride toegevoegd, terwijl het ongefluorideerde drinkwater van Culemborg als controle-gemeente diende. Tandartsen monitorden 16,5 jaar lang kindergebitten in Tiel en Culemborg. Uit het onderzoek bleek dat, ondanks dat er minder tandheelkundige behandelingen in Tiel nodig waren, er sprake was van bijna net zoveel gaatjes. Onderzoekers concludeerden dat fluoride eerder de voortgang van tandbederf remde dan het ontstaan ervan. Ofwel: gaatjes werden minder snel groot en diep.

Op advies van de Gezondheidsraad – en ondersteund door de beroepsvereniging van tandartsen de Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (NMT) – besloot het ministerie via een vergunningensysteem onder de Waterleidingwet drinkwaterfluoridering per (gemeentelijk) verzorgingsgebied toe te staan. De drinkwaterfluoridering werd via de gemeentes decentraal ingevoerd. Van Rotterdam tot Groningen en van Amsterdam tot Heerlen: veel gemeenten begonnen fluoride toe te voegen aan het drinkwater. 

Pijnlijke zweertjes

In Haarlem las huisarts Moolenburgh tot zijn eigen schrik dat ook zijn gemeente voornemens was fluoride toe te voegen. “Toen werd ik direct heel kwaad”, herinnert hij zich in Andere Tijden. “Want ik hoorde dat fluoride dezelfde giftigheidsgraad had als arsenicum. Dat leek me niet goed voor de bevolking.” Hij tekende in een open brief bezwaar aan en wilde weten wat de langetermijneffecten waren. In zijn praktijk zag Moolenburgh dagelijks patiënten die, naar eigen zeggen, last hadden van het gefluorideerde water. “Mijn patiënten hadden pijnlijke zweertjes in de mond, maag- en darmklachten en keelpijn.”  

Naast negatieve berichtgeving over mogelijke bijwerkingen, stuitte de toevoeging van de stof op meer verzet. Uit religieuze en antroposofische hoek klonk al langer protest, maar nu werd dit breder gedragen en ontstond er een maatschappelijk debat. Hoe veilig was het toevoegen van de stof nu echt voor onze gezondheid? Ook juristen mengden zich in de discussie. Zij zagen het als een opgedrongen maatregel, waar mensen niet om gevraagd hadden en waar geen alternatief voor was. Drinkwaterfluoridering werd geframed als een aantasting van de vrijheid.

Anti-fluoride beweging

Een sentiment dat begon te leven onder de bevolking. Deels door het toegenomen individualisme en het verlangen naar medezeggenschap. Burgers vroegen zich hardop af hoeveel macht de overheid mocht hebben; ‘waarom beslist de overheid wat goed voor ons is?’ Actiegroepen als ‘Waakzaamheid Drinkwater’ en het comité ‘Anti Fluoridering Drinkwater Amsterdam’ (A.F.D.A.) vochten met succes via de Raad van State en de Hoge Raad de drinkwaterfluoridering juridisch aan. Laatstgenoemde oordeelde dat de maatregel “van zó ingrijpende aard” was dat deze niet onder de Waterleidingwet viel.

Tevens werd er besloten dat gemeenten ongefluorideerd water moesten aanbieden. Zo installeerde de gemeente Amsterdam een handvol tappunten waar ongefluorideerd water te tappen viel. Het liep er storm. Amsterdammers stonden in de rij om hun flessen, gieters en tassen te vullen met het zuivere water. Ondertussen verdeelde de maatregel de politiek. De Hoge Raad had beslist dat de Tweede Kamer moest bepalen of drinkwaterfluoridering een goed idee was en, indien een meerderheid in de kamer, er een nieuwe wet aangemaakt moest worden. 

Fluoride-wet

Uiteindelijk ontbrak het zowel bij de regering als het parlement aan politieke durf om deze nieuwe ‘fluoride-wet’ aan te nemen die de drinkwaterfluoridering in Nederland zou waarborgen. Na een memorabel politiek debat trok PvdA-minister van Volksgezondheid Irene Vorrink – eerder nog voorstander van de invoering – het wetsvoorstel in. Gemeenten werden hierdoor gedwongen om te stoppen met het toevoegen van de stof in het drinkwater. Het duurde tot 1976 totdat de laatste gemeente stopte met het toevoegen van fluoride in het drinkwater. De behoefte van de bevolking om zelf de keuze en de vrijheid te hebben voor schoner drinkwater werd hiermee beantwoord. 

Tegenwoordig poetsen we onze tanden met fluoride en zijn ze daardoor beter beschermd. Deze fluoride belandt via in het afvoerputje en de rioolwaterzuiveringsinstallatie in het oppervlaktewater. Drinkwaterbedrijven gebruiken dat water om drinkwater te maken, waardoor er zowel door natuurlijke bronnen als door menselijk toedoen fluoride in ons drinkwater zit wat lastig te filteren is. De concentraties hiervan verschillen per gebied: tussen de 0,05 en 0,25 milligram fluoride per liter. Dat is onder de wettelijke norm van 1,1 milligram per liter. Nog altijd is het drinkwater in de Verenigde Staten gefluorideerd. Tandheelkundig Nederland pleit van tijd tot tijd voor een herinvoering, maar die lijkt voorlopig uitgesloten. 

ZeroWater

Wil jij de hoeveelheid fluoride in jouw drinkwater verminderen? ZeroWater verwijdert fluoride voor 91 procent uit kraanwater (**% vermindering na 150L filtratie). Naast fluoride verwijdert onze filter onder andere kalk, glyfosaat, chloor, PFAS (PFOS/PFOA) en microplastics. 

Meer weten? Neem een kijkje in onze webshop